maandag 31 mei 2010

What's in your school bag?

'What's in your bag' is een community van Flickr gebruikers die de inhoud van hun (school)tas op de foto zetten. Ook de schooltassen van studenten. Naast toiletartikelen, pennen, fruit en andere prullaria geeft de serie foto's een goede indruk van hoe de inhoud van onze tas in de afgelopen jaren veranderd is. Niet alleen papier maar ook smartphones, iPods en laptops zijn alom vertegenwoordigd. Maar, speelt het (hoger) onderwijs hier wel voldoende op in?

In de afgelopen jaren hebben wij heel wat in de schoolbanken gezeten; zowel op het HBO als de universiteit. De voornaamste moderne middelen die worden ingezet om het onderwijs te ondersteunen zijn e-mail, PowerPoint en een omgeving waar docenten (een deel van) hun lesmateriaal en cijfers publiceren. Zo nu en dan neemt een student een laptop mee naar college om mee te tikken, maar dat is het dan ook wel. Een schril contrast met hetgeen studenten in hun vrije tijd en onderling op het net doen: Hyves, YouTube, Facebook, Google Docs, Instant Messaging etc. Dat studenten tegenwoordig zo veel tijd op het internet doorbrengen, biedt kansen voor onderwijsinstellingen: niet alleen om met studenten te communiceren, maar ook om het onderwijs te verrijken, te verbeteren en de spaarzame tijd van docenten efficiënter in te delen.

woensdag 5 mei 2010

Onderwijs verbeteren met 2.0 tools

“Wat zit er tegenwoordig in de tas van een student?” Met deze vraag openden TamTam en Hutspot hun presentatie over Web 2.0 toepassingen in het onderwijs bij de Hogeschool Rotterdam. Want, de kans is groot dat de student van tegenwoordig niet alleen boeken en een pen meeneemt, maar ook een laptop en een smartphone. Studenten brengen een groot deel van hun tijd op internet door en dat biedt kansen voor onderwijsinstellingen: niet alleen om met studenten te communiceren, maar ook om het onderwijs te verrijken, te verbeteren en de spaarzame tijd van docenten efficiënter in te delen.

Virtual communities: kans of bedreiging?

De opkomst van virtual communities draagt er aan bij dat onze wereld steeds groter wordt. Op professioneel vlak staan we niet meer alleen in contact met directe collega’s, maar leggen we heel eenvoudig ook relaties buiten de grenzen van onze organisatie. Maar wat doet dit met de relatie die we hebben met onze werkgever? En zouden we ons werk hierdoor anders gaan ervaren?

Deze vragen vormden de basis voor mijn afstudeeronderzoek naar de deelname aan Twitter en LinkedIn en de invloed ervan op de relatie tussen medewerker en organisatie. Om een antwoord te vinden besloot ik me te concentreren op twee aspecten die, in tegenstelling tot virtual communities, al zo’n 40 jaar uitgebreid bestudeerd worden in de organisatiewetenschappen. Namelijk, betrokkenheid bij organisaties en de tevredenheid over werk en carrière. Beide aspecten worden belangrijk geacht voor het succes van organisaties, bijvoorbeeld omdat ze bijdragen aan het verminderen van het verloop van medewerkers.

maandag 15 februari 2010

IK BEN ELSA de nieuwsgierigheid wint... (korte versie)

zondag 10 januari 2010

IK BEN ELSA de nieuwsgierigheid wint...

De afgelopen weken heb ik gewerkt aan een presentatie over mezelf. Vooral ook voor mezelf. Ik vind het belangrijk om na te denken over wie ik ben en wat ik wil, voordat ik dat aan jou kan vertellen. Kijk maar, het spreekt aardig voor zich.

(Kies rechts onderaan bij 'more' voor de fullscreen optie en navigeer door op het pijltje naar rechts te klikken, onderaan in het scherm. Het pad speelt zich vanzelf in de goede volgorde af. Als de drie foto's in het midden in beeld komen, is de presentatie helemaal geladen.)


dinsdag 10 november 2009

MASTER THESIS definitieve versie

VIRTUAL COMMUNITIES, KANS OF BEDREIGING?

Het is alweer een tijd geleden dat ik voor het laatst een blog publiceerde over mijn afstudeerscriptie. Hierin stond de vraag centraal in hoeverre de deelname aan de virtual communities Twitter en LinkedIn de werktevredenheid en de betrokkenheid van medewerkers bij organisaties beïnvloedt. Op basis van een theoretisch onderzoek formuleerde ik een viertal hypothesen die ik door middel van een online enquête en kwantitatieve methoden heb getoetst. Na een heftige eindsprint heb ik de thesis succesvol afgerond en is het tijd om een overall conclusie te presenteren. In de laatste maand heb ik onder leiding van mijn begeleiders kritisch naar de uitkomsten van het onderzoek gekeken, waardoor ik naast zwart en wit ook grijstinten heb kunnen ontdekken in de resultaten. Dit heeft een algemene conclusie en een aantal praktische aanbevelingen opgeleverd.

De resultaten van het onderzoek wijzen uit dat zowel de deelname aan Twitter als LinkedIn ervoor zorgen dat medewerkers minder betrokken zijn bij hun organisatie en zodoende sneller de stap nemen om de organisatie te verlaten. Voor bedrijven is dit een interessante en tevens zorgwekkende conclusie. Immers, het is belangrijk om zorgvuldig om te gaan met het menselijk kapitaal dat een essentiële hulpbron vormt voor competitief voordeel. In dat licht is het voor organisaties goed om na te gaan in hoeverre zij kunnen inspelen op de ontwikkelingen van sociale media en virtual communities om medewerkers meer te binden. Steeds meer organisaties zijn wel actief op Twitter en LinkedIn om in contact te komen met (potentiële) klanten en nieuwe medewerkers, maar het wordt nog te weinig ingezet voor het binden van de huidige medewerkers. Het is duidelijk dat ook de eigen medewerkers actief zijn op allerlei sociale media en dit maakt virtual communities juist tot de uitgelezen plaats om de zichtbaarheid van de organisatie te vergroten. In het geval van LinkedIn is het met name de deelname aan groups die ervoor zorgt dat medewerkers zichzelf op professioneel gebied ontwikkelen en zich distantiëren van de organisatie. Bedrijven zouden zich actiever binnen deze groepen kunnen begeven om de dialoog met medewerkers aan te gaan. Bijvoorbeeld door zelf groepen op te starten voor medewerkers en oud-medewerkers. Deze groepen kunnen voor verschillende doeleinden worden gebruikt, zoals het verstrekken van informatie maar ook voor het delen van kennis en het stimuleren van discussies en interactie. Twitter en LinkedIn kunnen tevens worden gebruikt voor het creëren van ambassadeurs. Hiermee kan een win-win situatie ontstaan waarbij medewerkers de kans krijgen om zichzelf te ontwikkelen en hun eigen succes te creëren, terwijl zij tegelijkertijd de organisatie promoten. Organisaties die medewerkers vanuit intrinsieke motivatiefactoren weten te enthousiasmeren worden aantrekkelijker voor potentiële medewerkers en klanten.

Het herzien van de resultaten van dit onderzoek heeft daarnaast een nieuw inzicht verworven in de relatie tussen de deelname aan virtual communities en de werktevredenheid van de medewerkers. In eerste instantie werd deze hypothese verworpen door een gebrek aan bewijs voor een positieve relatie tussen beide aspecten. Er bleek wel degelijk een verband aanwezig te zijn, echter niet sterk genoeg om in eerste instantie op te merken. Met name het actief volgen van posts op Twitter heeft een positieve uitwerking op de werktevredenheid van medewerkers. Vanwege het beperkte aantal respondenten die deelnamen aan Twitter ten tijde van dit onderzoek, is dit verband niet voldoende aan het licht gekomen, terwijl er toch voldoende bewijs aanwezig is dat de trend niet op toeval berust is. Interessanter nog is het feit dat deze relatie mede tot stand komt door de professionele ontwikkeling en groei die wordt gestimuleerd door het gebruiken van Twitter. Iets dat niet geheel onverwacht is als we kijken naar de traditionele factoren die bijdragen aan de tevredenheid over werk en carrière. Een gevoel van autonomie, variatie en het verkrijgen van feedback worden hierbij vaak genoemd.

Kortom, minder betrokken maar meer tevreden. Medewerkers worden binnen beide virtual communities gestimuleerd om zichzelf te ontwikkelen en contacten aan te gaan met vakgenoten en mensen met dezelfde passie. Tegelijkertijd wordt deze ontwikkeling omgezet in meer tevredenheid over de eigen carrière en werkzaamheden en in een zwakkere band met de organisatie. Dit biedt een goed uitgangspunt voor organisaties om de tevreden medewerkers niet weg te laten drijven maar ze juist op te zoeken in virtual communities en meer te betrekken bij de organisatie.